• FR
  • NL
  • EN

Wat verklaart de toename van het federale en regionale begrotingstekort in België?

Sinds de eeuwwisseling is het Belgische begrotingstekort gestaag toegenomen, tot 5,2% bbp in 2025. Het primair saldo ging van een overschot van bijna 7% bbp naar een tekort van bijna 3% bbp, een niveau dat sinds het begin van de jaren 1980 niet meer is voorgekomen. De verslechtering van het primair saldo sinds 2000 is bijna uitsluitend toe te schrijven aan hogere primaire uitgaven, terwijl de ontvangsten grotendeels stabiel bleven. Het afgelopen decennium zijn zowel de ontvangsten gedaald als de primaire uitgaven gestegen.​

Dit artikel focust op de begrotingsontwikkelingen sinds 2016. De keuze voor dit startjaar is zinvol omdat 2016 het eerste jaar was waarin de zesde staatshervorming volledig was uitgerold, wat een consistente analyse van individuele overheidsentiteiten mogelijk maakt. Op dat moment had België overigens nog maar net een procedure bij buitensporige tekorten achter de rug en hadden alle overheidsniveaus toegezegd om een begrotingsevenwicht na te streven binnen het kader van de herziene bijzondere financieringswet.

Vijf belangrijke vaststellingen

Deze diepgaande analyse van het Belgische begrotingssaldo in het voorbije decennium bevat een aantal opmerkelijke vaststellingen voor beleidsmakers.

Een eerste algemene vaststelling is dat het begrotingssaldo tussen 2016 en 2025 met 2,7% bbp (of € 18 miljard) is verslechterd en het primair saldo met 3,3% bbp (€ 21 miljard), ondanks het engagement dat alle overheidsniveaus na de zesde staatshervorming aangingen om naar een begrotingsevenwicht te gaan. Deze verslechtering kwam er ondanks een daling van de rentelasten met 0,5% bbp (€ 4 miljard), die volledig ten gunste kwam van de federale overheid, aangezien die het gros van de overheidsschuld draagt.

Ten tweede blijkt dat de verslechtering van het primair saldo sinds 2016 zowel toe te schrijven is aan lagere ontvangsten (€ -12 miljard) als aan hogere primaire uitgaven (€ +9 miljard). Hierbij moet worden opgemerkt dat het oorspronkelijke niveau van de inkomsten- en de uitgavenratio aan het begin van de analyseperiode even belangrijk zijn bij de beoordeling van het begrotingsbeleid. Een analyse van het niveau van de overheidsuitgaven in België in vergelijking met andere landen valt buiten het toepassingsgebied van dit artikel. Eerdere studies van de Bank hebben aangetoond dat de primaire uitgaven in België hoog zijn in vergelijking met de buurlanden. Dit is onder andere het geval voor onderwijs en subsidies, maar niet voor sociale uitgaven.

Een derde vaststelling is dat zowel de federale overheid (€ 11 miljard) als de gemeenschappen en gewesten (€ 8 miljard) het voorbije decennium hebben bijgedragen aan de verslechtering van het primair saldo. De daling van de overdrachten die de federale overheid betaalde in het kader van de hervormde bijzondere financieringswet (€ -4 miljard) temperde de verslechtering op federaal niveau, en droeg er toe bij op regionaal niveau.

Ten vierde blijkt dat zowel op federaal als op regionaal niveau de eigen ontvangsten daalden en de finale primaire uitgaven stegen in verhouding tot het bbp. Op federaal niveau namen de finale primaire uitgaven toe met € 7 miljard, voornamelijk door een stijging van de sociale uitkeringen, kapitaaluitgaven en subsidies, terwijl de bezoldigingen van overheidspersoneel afnamen. Op regionaal niveau stegen de finale primaire uitgaven met € 2 miljard. De kapitaaluitgaven namen toe, net als de bezoldigingen van werknemers en de aankopen van goederen en diensten. De subsidies, waaronder deze overgedragen met de zesde staatshervorming, werden teruggeschroefd. Aan de kant van de ontvangsten was de daling op federaal niveau, met € 8 miljard, toe te schrijven aan minder inkomsten uit de belastingen op consumptie en op arbeidsinkomen, wat slechts deels werd gecompenseerd door een toename van de inkomsten uit de vennootschapsbelasting. De daling op regionaal niveau, met € 2 miljard, was hoofdzakelijk het gevolg van gedaalde inkomsten uit de belastingen op consumptie en vermogen, hoewel dat deels werd gecompenseerd door een toename van de niet-fiscale ontvangsten, voornamelijk door de tijdelijke middelen uit de Europese herstel- en veerkrachtfaciliteit. Er moet worden opgemerkt dat de daling van de belastinginkomsten niet uitsluitend aan belastingverlagingen kan worden toegeschreven. Naast beleidsmaatregelen hebben ook macro-economische en andere factoren de ontwikkeling van de inkomsten sterk beïnvloed. Met name de daling van de ontvangsten uit de belastingen op inkomen uit arbeid kan gedeeltelijk worden verklaard door het afnemende loonaandeel, terwijl de stijging van de ontvangsten uit de vennootschapsbelasting verband houdt met een sterkere groei van de bedrijfswinsten ten opzichte van het bbp.

Een vijfde vaststelling is dat in alle onderzochte gemeenschappen en gewesten de daling van de ontvangsten slechts gedeeltelijk werd gecompenseerd door een matiging van de uitgaven. Zoals bepaald en overeengekomen in de zesde staatshervorming daalden de overdrachten van de federale overheid aan de gemeenschappen en gewesten, onder meer door het feit dat deze overdrachten niet volledig worden gekoppeld aan de reële bbp-groei, door de toegenomen responsabiliseringsbijdrage voor de pensioenen en, in de Franse gemeenschap, door een neerwaartse tendens van de demografische variabelen die relevant zijn voor het regionaal beleid. Naast de lagere overdrachten daalden ook de eigen ontvangsten van alle deelstaten in verhouding tot het bbp. De primaire uitgaven stegen daarentegen in de Vlaamse Gemeenschap en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest onder invloed van hogere werknemersbezoldigingen en aankopen van goederen en diensten, terwijl ze in de Franse Gemeenschap licht daalden. Zowel in de Vlaamse Gemeenschap als het Waals Gewest verschoven de uitgaven enigszins van subsidies naar kapitaalinvesteringen.

De slotconclusie is dat België een bindend nationaal begrotingskader nodig heeft om de begrotingsdoelstellingen na te leven die de schuldgraad op een houdbaar traject moeten brengen.

Verwante documenten

​

What’s behind the increase in the federal and regional budget deficits in Belgium?

W. MelynT. RoelandtP. StinglhamberS. Van Parys



  • https:www.nbb.be:doc:ts:publications:economicreview:2026:ecorevi2026_h07.pdf

    Document: PDF

    Télécharger

Mots clés

Articles recommandés