
In het Brussels gewest woont 83% van de inwoners op minder dan 200m van een halte, tegenover 60% in het Waals Gewest en 52% in het Vlaams Gewest, wat wijst op grote verschillen tussen de gewesten.
Op provinciaal niveau is het percentage van inwoners met een halte van het openbaar vervoer binnen 200 m het laagst in West-Vlaanderen (45%), gevolgd door Vlaams-Brabant en Waals-Brabant (beide 52%). Omgekeerd zijn de provincies met het hoogste percentage inwoners met een halte van het openbaar vervoer binnen een straal van 200 m Luik (66%), Luxemburg (64%) en Limburg (59%).
De slechtst presterende gemeente wat betreft de toegang tot het openbaar vervoer is Stoumont, waar 46% van de inwoners meer dan een kilometer moet reizen om een halte te bereiken. Daarentegen woont slechts 2,5% van de inwoners van Koekelberg op meer dan 200 m van de eerste bus-, tram-, metro- of treinhalte.
Uit een onderzoek gepubliceerd in 2022 blijkt het 72% van de Belgische bevolking woont binnen een straal van 5 kilometer van een oprit van een autosnelweg. In Wallonië en Vlaanderen is dat respectievelijk 69% en 68% van de bevolking; in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wonen alle inwoners binnen een straal van 5 kilometer van een oprit.