• FR
  • NL
  • EN

Kwalitatieve werkgelegenheidsdata voor België: 1999-2024

In deze databank worden de binnenlandse werkgelegenheid, het arbeidsvolume (aantal uren) en de loonkosten van de werknemers per bedrijfstak opgesplitst naar geslacht, leeftijdsklasse en opleidingsniveau. De databank betreft de periode 1999-2024 en is in overeenstemming met de jaargang 2025 van de nationale rekeningen. Ze geeft afzonderlijke cijfers voor werknemers en zelfstandigen.

Deze databank bevat een opsplitsing van de binnenlandse werkgelegenheid, het arbeidsvolume (aantal uren) en de loonkosten per bedrijfstak (A38 van de Nace rev. 2.0 classificatie) naar geslacht, leeftijdsklasse en opleidingsniveau. De opsplitsingen van de werkgelegenheid en het arbeidsvolume zijn beschikbaar voor werknemers en zelfstandigen afzonderlijk, de loonkosten slaan op de werknemers. De databank bevat jaargemiddelden voor de periode 1999-2024 en is in overeenstemming met de jaargang 2025 van de nationale rekeningen. Ze is de bron voor de gegevens over werkgelegenheid, arbeidsvolume en lonen voor het Belgische luik van de EUKLEMS-databank.

De gevolgde methode komt overeen met die beschreven in FPB Working Paper 02-07 [1], zij het dat, naast de binnenlandse werkgelegenheid, nu ook het arbeidsvolume op die manier verwerkt wordt. Voor de raming van de loonkosten per opleidingsniveau op basis van enquêtegegevens werd een nieuwe methode ontwikkeld [2]. Er wordt daarbij telkens een onderscheid gemaakt tussen minstens vier opleidingsniveaus: lager of lager secundair onderwijs, hoger secundair onderwijs, hoger onderwijs van het korte type en hoger onderwijs van het lange type of universitair onderwijs.

Het ankerpunt voor de databank zijn de bedrijfstaktotalen voor de werkgelegenheid per statuut (loontrekkenden /niet-loontrekkenden) uit de meest recente jaargang van de nationale rekeningen (oktober 2025). De administratieve gegevens van de instellingen voor sociale zekerheid [3] laten toe om die verder te detailleren. Bij loontrekkenden wordt het aantal werkzame personen, het arbeidsvolume en de loonkosten per bedrijfstak uit de nationale rekeningen opgesplitst naar geslacht, leeftijdsklasse, deelstatuut (arbeiders, bedienden, contractuelen publieke sector en ambtenaren) en arbeidsregime (voltijds, deeltijds). Bij niet-loontrekkenden wordt het aantal werkzame personen per bedrijfstak uit de nationale rekeningen opgesplitst naar geslacht, leeftijdsklasse en deelstatuut (zelfstandigen in strikte zin en helpers van zelfstandigen).

Een koppeling van de socialezekerheidsgegevens per onderneming/instelling aan het ondernemings-repertorium van de NBB garandeert een zo goed mogelijke afstemming op de bedrijfstakindeling uit de nationale rekeningen. Verder worden de ruwe socialezekerheidsgegevens zoveel mogelijk gezuiverd voor breuken in de tijdreeksen en waar mogelijk aangepast aan de concepten die gangbaar zijn in de nationale rekeningen. Elke nog overblijvende afwijking met de nationale rekeningen wordt weggewerkt door de cijfers proportioneel op te hogen naar de bedrijfstaktotalen uit de nationale rekeningen.

Opsplitsingen die niet beschikbaar zijn in de administratieve gegevens worden gegenereerd op basis van enquêtegegevens. Zo gebeurde de opsplitsing van de arbeidsvolumes van niet-loontrekkenden naar leeftijdsklasse en geslacht aan de hand van de Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK, Statbel). Ook de verdeling van de werkgelegenheid en het arbeidsvolume naar opleidingsniveau is gebaseerd op gegevens uit die enquête, zowel bij loontrekkenden als niet-loontrekkenden. De EAK bevraagt ongeveer 1 % van de bevolking op arbeidsleeftijd. Om stabiele resultaten te verkrijgen voor alle onderscheiden subgroepen werd niet gewerkt met gemiddelden, maar met regressietechnieken. Het aantal werkzame personen per opleidingsniveau werd geschat via logistische regressie. Voor de raming van het arbeidsvolume bij zelfstandigen en het gemiddeld arbeidsvolume per opleidingsniveau werd gebruik gemaakt van kleinste-kwadratenregressies.

De schattingen gebeuren afzonderlijk per geslacht en NACE A38-bedrijfstak (of A64-bedrijfstak indien mogelijk), voor vier deelstatuten (arbeiders, bedienden, ambtenaren & contractuelen, zelfstandigen & helpers) en zes grote leeftijdsklassen (15-24, 25-29, 30-39, 40-49, 50-59, 60+). Bij een gebrek aan voldoende observaties in de EAK werden bepaalde subgroepen samengenomen in één regressie.[4]

Ten slotte werden de loonkosten van werknemers gedetailleerd naar het hoogst behaalde opleidingsniveau: die berekening, uitgevoerd in twee stappen, is voornamelijk gebaseerd op gegevens van de Enquête naar de Structuur en Verdeling van de Lonen (Statbel).

In een eerste stap werden de brutolonen van werknemers gedetailleerd door de eerder berekende arbeidsvolumes te combineren met opleidingspremies. Die opleidingspremies voor de brutolonen werden geschat op basis van de resultaten van de Enquête naar de Structuur en Verdeling van de Lonen voor de periode 2000-2022. Door gebruik te maken van regressietechnieken konden ook jaarlijkse opleidingspremies gegenereerd worden voor een aantal bedrijfstakken die slechts 4-jaarlijks bevraagd worden in de enquête [5] evenals opleidingspremies voor de omliggende jaren 1999 en 2023 en 2024.

In een tweede stap werden de loonkosten van werknemers, eerder op basis van administratieve gegevens opgesplitst per geslacht, leeftijdsklasse, bedrijfstak, arbeidsregime en deelstatuut, verder verdeeld over opleidingsniveaus volgens de verdeling van de brutolonen. De opsplitsingen van de loonkosten op basis van de administratieve gegevens worden dus gerespecteerd, maar eventuele verschillen in werkgeversbijdragen of andere kosten voor de werkgever tussen opleidingsniveaus binnen eenzelfde bedrijfstak, leeftijdsklasse, substatuut en geslacht worden niet gevat.

Drie bedrijfstakken zijn niet opgenomen in de loonenquête: de Landbouw, bosbouw en visserij (NACE AA), de Openbare besturen, verplichte sociale zekerheid en defensie (OO) en de Huishoudens als werkgever (TT). Voor die bedrijfstakken werden opleidingspremies voor de nettolonen berekend op basis van EAK-gegevens voor de periode 1999-2020. Voor de bedrijfstak Openbare besturen, verplichte sociale zekerheid en defensie (OO), die 10,9% van de werknemers tewerkstelt in 2020, werd een bijkomende correctie gedaan voor de overgang van netto- naar brutolonen. Die correctie is gebaseerd op de verhoudingen netto/brutoloon voor vergelijkbare subgroepen binnen het onderwijs (PP).

De kwalitatieve werkgelegenheidsdata volgen de nationale rekeningen, waardoor zij onderhevig zijn aan mogelijke breuken in die reeksen. Een belangrijke breuk betreft de zelfstandigen in het jaar 2009. In de nationale rekeningen worden de bestuurders van vennootschappen, die allen het statuut van zelfstandige krijgen, uitsluitend toegewezen aan de A64 bedrijfstak ’69-70’ (Rechtskundige en boekhoudkundige dienstverlening, bedrijfsbeheer). De link met de bedrijfstak van hun onderneming gaat daarbij verloren. Die behandeling geldt voor heel de periode 1999-2024. Bij een recente methodologische revisie van de nationale rekeningen werd het aantal bestuurders echter naar boven toe herzien, waarbij het nieuwe niveau slechts teruggerekend werd tot en met het jaar 2009. Als gevolg daarvan is er in 2009 (en 2010) een opvallende toename van zowel het aantal zelfstandigen als hun arbeidsvolume in bedrijfstak 69-70, die samengaat met een vergelijkbare daling in alle andere bedrijfstakken samen.

Het aandeel van de bestuurders van vennootschappen in het arbeidsvolume van de A64 bedrijfstak ’69-70’ varieerde tussen 85% tot 90% in de periode 1999-2008 en tussen 93% tot 94% in de periode 2009-2024. Om de kenmerken van bestuurders van vennootschappen beter weer te geven, werd bedrijfstak MA bij zelfstandigen verder uitgesplitst in twee deelbranches: 69-70 en 71 (‘diensten van architecten, ingenieurs en controle’). [6]

De databank bevat geen verdelingen van het gemengd inkomen van zelfstandigen per geslacht, leeftijdsklasse of opleidingsniveau. De onderstaande tabel vat de gebruikte bronnen per variabele en kwalitatieve categorie samen.

Html Embed source

Samenvatting bronnen kwalitatieve werkgelegenheidsdata 1999-2024

Categorie
Binnenlandse werkgelegenheid
Arbeidsvolume
Loonkosten van de werknemers
Loontrekkenden per A38 bedrijfstak
nationale rekeningen
Geslacht,
leeftijdsklasse,
deelstatuut,
arbeidsregime
Administratieve gegevens (Instellingen sociale zekerheid)
Opleidingsniveau
Enquête naar de arbeidskrachten (EAK) (Statbel)
Voornamelijk Enquête structuur en verdeling van de lonen (Statbel)
Zelfstandigen per A38 bedrijfstak
nationale rekeningen
Geslacht,
leeftijdsklasse,
deelstatuut
Admin. gegevens (Instellingen sociale zekerheid)
EAK (Statbel)

Opleidingsniveau
EAK (Statbel)

Noten:

[1] Bresseleers, e.a. Kwalitatieve werkgelegenheidsdata voor België, een SAM-aanpak voor de periode 1999-2005. Working paper 02-07, Federaal Planbureau, 2007.

[2] Voor de loonkosten wordt een bottom-up benadering gehanteerd, waarbij totalen per bedrijfstak voor componenten van de loonkosten (brutolonen, werkgeversbijdragen) apart opgesplitst worden op basis van administratieve data. De resultaten voor de loonkosten volgen dan na aggregatie.

[3] De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ), de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten (RSZPPO, opgegaan in de RSZ vanaf 2017) en de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid van Zelfstandigen (RSVZ).

[4] Contractuelen en ambtenaren werden telkens gebundeld in één regressie. Hetzelfde gebeurde voor zelfstandigen en hun helpers. In beide gevallen liet de introductie van een wisselvariabele toe om verschillen in opleidingsniveau tussen beide deelstatuten te vatten.

[5] Voor de bedrijfstakken Onderwijs (PP), Menselijke gezondheidszorg (QA), Maatschappelijke dienstverlening (QB), Kunst, amusement en recreatie (RR) en een deel van Overige diensten (SS) heeft de enquête naar de Structuur van de Lonen enkel observaties voor de jaren 2006, 2010, 2014, 2018 en 2022.

[6] Bij de regressieanalyses voor zelfstandigen blijven de bestuurders van vennootschappen in hun originele bedrijfstak. Een wisselvariabele laat toe om ze te onderscheiden en nadien over te hevelen naar de bedrijfstak ‘69-70.

Beschikbare gegevens

3.9 MB
3.9 MB
3.9 MB

Auteurs

Bart Van den Cruyce

Brandverantwoordelijke
Input-outputanalyse en milieurekeningen

Koen Hendrickx

Arbeidsmarkt

Related Publications, figures and news


Mots clés

Articles recommandés

Economische vooruitzichten 2026-2031 voor België: economie groeit stabiel, maar overheidsfinanciën blijven een aandachtspunt

Wetsontwerp houdende diverse arbeidsbepalingen