
De Europese Commissie heeft vandaag besloten België (INFR(2025)0196), Bulgarije (INFR(2025)0199) en Slovenië (INFR(2025)0250) een met redenen omkleed advies te sturen wegens niet-kennisgeving van nationale maatregelen om de richtlijn betreffende de strafbaarstelling van de schending van beperkende maatregelen van de Unie (Richtlijn (EU) 2024/1226) in nationaal recht om te zetten. De richtlijn voorziet in gemeenschappelijke regels om de definitie van strafrechtelijke delicten en van sancties met betrekking tot de schending van beperkende maatregelen van de Unie te harmoniseren. Ze heeft tot doel te voorkomen dat beperkende maatregelen van de Unie worden omzeild, met inbegrip van die welke zijn vastgesteld naar aanleiding van de Russische agressie tegen Oekraïne. Harmonisatie van het nationale strafrecht op dit gebied vergemakkelijkt het onderzoek naar en de vervolging van schendingen van beperkende maatregelen van de Unie in alle lidstaten, waardoor ze doeltreffender worden. De lidstaten hadden tot mei 2025 de tijd om de richtlijn in nationale wetgeving om te zetten. In juli 2025 heeft de Commissie besloten inbreukprocedures in te leiden door verscheidene lidstaten een ingebrekestelling te sturen wegens niet-mededeling van volledige omzettingsmaatregelen voor de richtlijn. Tot op heden hebben België, Bulgarije en Slovenië nog steeds geen volledige omzettingsmaatregelen meegedeeld. Daarom heeft de Commissie besloten België, Bulgarije en Slovenië een met redenen omkleed advies te sturen. De landen hebben nu twee maanden de tijd om te reageren en de nodige maatregelen te nemen. Anders kan de Commissie beslissen de zaak aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie, met verzoeken om financiële sancties op te leggen. .
Commissie verzoekt lidstaten hun ontwerpen van nationale plannen voor de renovatie van gebouwen in te dienen zoals vereist krachtens de richtlijn energieprestatie van gebouwen
De Europese Commissie heeft besloten inbreukprocedures in te leiden door een ingebrekestelling te sturen aan België (INFR(2026)2014), Tsjechië (INFR(2026)2016), Duitsland (INFR(2026)2017), Estland (INFR(2026)2019), Ierland (INFR(2026)2023), Griekenland (INFR(2026)2020), Frankrijk (INFR(2026)2021), Italië (INFR(2026)2024), Cyprus (INFR(2026)2015), Letland (INFR(2026)2026), Luxemburg (INFR(2026)2025), Hongarije (INFR(2026)2022), Malta (INFR(2026)2027), Nederland (INFR(2026)2028), Oostenrijk (INFR(2026)2013), Polen (INFR(2026)2029), Portugal (INFR(2026)2030), Slowakije (INFR(2026)2032) en Zweden (INFR(2026)2031), aangezien zij hun ontwerp van nationaal plan voor de renovatie van gebouwen (NBRP) niet binnen de termijn van 31 december 2025 bij de Commissie hebben ingediend. De NBRP's zijn een essentieel en strategisch instrument voor de lidstaten om hun gebouwenbestanden tegen 2050 om te vormen tot goed presterende, energie-efficiënte en koolstofvrije activa. Door voorspelbare renovatiepijpleidingen en duidelijke langetermijntrajecten te creëren, zullen deze plannen de volledige uitvoering van de herschikte richtlijn energieprestatie van gebouwen (Richtlijn (EU) 2024/1275) ondersteunen en de nodige stabiliteit en voorspelbaarheid voor investeringen bieden. Deze plannen zijn van groot belang om de energieprestaties van gebouwen te verbeteren en dragen zo bij tot lagere energierekeningen. Tijdige indiening van de ontwerpplannen stelt de Commissie in staat de strategie van elke lidstaat doeltreffend te beoordelen, zodat de voltooide plannen volledig en uitvoerbaar zijn en op de geactualiseerde klimaat- en energiestreefcijfers van de lidstaten en de EU zijn afgestemd. De Commissie vraagt de betrokken lidstaten nu om hun ontwerpplannen zonder verder uitstel in te dienen. Deze lidstaten hebben twee maanden de tijd om op de ingebrekestellingen te antwoorden. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.
Commissie verzoekt België te voldoen aan de verplichting om kennis te geven van het gewijzigde en bijgewerkte risicoparaatheidsplan in de elektriciteitssector
De Commissie heeft besloten een inbreukprocedure in te leiden door België een ingebrekestelling te sturen (INFR(2026)2036) met betrekking tot de ontbrekende kennisgeving van het gewijzigde risicoparaatheidsplan en de ontbrekende kennisgeving van het bijgewerkte risicoparaatheidsplan overeenkomstig Verordening (EU) 2019/941 betreffende risicoparaatheid in de elektriciteitssector. Het risicoparaatheidsplan waarborgt maximale paraatheid in de elektriciteitssector en moet worden opgesteld om verstoringen van de elektriciteitsvoorziening te voorkomen of de gevolgen ervan te beperken. In het risicoparaatheidsplan moeten alle geplande of getroffen maatregelen inzake het voorkomen van elektriciteitscrises, het treffen van voorbereidingen om deze tegen te gaan en het beperken ervan worden beschreven. Elektriciteitscrises kunnen zich om vele redenen voordoen, bijvoorbeeld als gevolg van extreme weersomstandigheden, aanslagen of brandstoftekorten. Crisissituaties hebben vaak grensoverschrijdende effecten. Grootschalige incidenten, zoals koudegolven, hittegolven of cyberaanvallen, kunnen verschillende EU-landen tegelijkertijd treffen. Risicoparaatheidsplannen zijn gebaseerd op regionale en nationale crisisscenario's en zorgen ervoor dat in geval van een crisis elektriciteit wordt gestuurd naar de plaatsen waar ze het hardst nodig is. België heeft geen kennis gegeven van zijn gewijzigde risicoparaatheidsplan sinds de ontvangst van het advies dat de Commissie op 3 november 2022 over zijn eerste plan heeft uitgebracht, noch van bezwaren tegen de beoordeling van de Commissie. In haar advies verzocht de Commissie om wijzigingen om de Belgische architectuur voor energiezekerheid te verbeteren en robuuster te maken. België is ook de enige lidstaat die zijn geactualiseerde ontwerp van risicoparaatheidsplan, dat zes maanden voor de in de verordening vastgestelde termijn voor de nieuwe definitieve plannen (5 januari 2026) ter raadpleging aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en aan de Coördinatiegroep voor elektriciteit moest worden voorgelegd, niet overeenkomstig de verordening heeft ingediend. De lidstaten moeten hun bijgewerkte risicoparaatheidsplannen om de vier jaar vaststellen en publiceren, te rekenen vanaf het eerste plan dat uiterlijk op 5 januari 2022 moest worden ingediend. De Commissie vraagt België nu de verordening onverwijld na te leven. België heeft twee maanden de tijd om op de ingebrekestelling te antwoorden. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.