• FR
  • NL
  • EN

Hof van beroep te Gent bevestigt: fiscus mag bijzondere aanslagtermijn niet inroepen voor feiten die eigen onderzoek al aan het licht bracht

Een recent arrest van het hof van beroep te Gent werpt een kritisch licht op de toepassing van bijzondere aanslagtermijnen door de fiscale administratie, specifiek in situaties waarbij de fiscale administratie zelf haar onderzoek heeft verricht voordat zij het parket in kennis stelt.

Het arrest onderstreept het uitzonderlijke en beperkte toepassingsgebied van de bijzondere aanslagtermijn van artikel 358 WIB 1992.

De zaak draaide om de vraag of de administratie wettig gebruik had gemaakt van de bijzondere aanslagtermijn voorzien in artikel 358, § 1, 3° van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992). Deze bepaling laat de fiscus toe om, zelfs na het verstrijken van de reguliere termijnen, alsnog aanslagen te vestigen indien een rechtsvordering uitwijst dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven in één van de vijf jaren vóór het jaar waarin die vordering werd ingesteld. De term uitwijzen in artikel 358, § 1, 3° WIB 1992 moet worden begrepen als aan het licht brengen of doen blijken van belastbare inkomsten.

Het cruciale geschilpunt betrof de vraag of de fiscale administratie kon aantonen dat de rechtsvordering - en niet een eigen voorafgaandelijk fiscaal onderzoek - de niet-aangegeven belastbare inkomsten had uitgewezen.

Het bijzondere aan deze zaak was dat de fiscale administratie, voorafgaandelijk aan de kennisgeving aan het parket, zelf reeds een aanzienlijk fiscaal onderzoek had gevoerd naar de belastingplichtige. Volgens de belastingplichtige bleek uit het eigen fiscaal onderzoek van de fiscale administratie, en niet uit het navolgende politioneel onderzoek naar aanleiding van de kennisgeving aan het parket, dat bepaalde belastbare inkomsten niet waren aangegeven. Het hof van beroep te Gent oordeelde dat uit het dossier inderdaad bleek dat de fiscale administratie zelf het bestaan van niet-aangegeven belastbare inkomsten aan het licht had gebracht, reeds vóór het instellen van de strafrechtelijke rechtsvordering ingevolge de kennisgeving aan het parket. De rechtsvordering had geen andere draagwijdte gegeven aan de onderzoeksresultaten van de fiscale administratie en geen bijkomend luik, circuit of aspect aan het onderzoek van de fiscale administratie toegevoegd.

In die omstandigheden had de fiscale administratie geen wettig gebruik gemaakt van de bijzondere aanslagtermijn van artikel 358, § 1, 3° WIB 1992 voor het vestigen van de bestreden aanslagen. Bijgevolg werden de aanslagen vernietigd wegens verjaring.

Mots clés

Articles recommandés

HRM, jobs & training
De expert aan het woord
F.F.F.

Managers en ondernemers maken zich vaker zorgen over AI bij sollicitaties dan HR-specialisten

Gepubliceerd op 07 Sep 2026 bij 13:00
Lezen 4min
Fiscaliteit
De expert aan het woord
F.F.F.

Btw-provisierekening: aanmaningen voor bedragen die al betaald zijn

Gepubliceerd op 05 Aug 2026 bij 11:30
Lezen 9min