
De voorbije weken werden ideetjes gelanceerd voor extra belastingen op vermogen, een miljonairstax, hogere belastingen op arbeid (vooral door het schrappen van bepaalde lastenverlagingen op arbeid), hogere belasting voor bedrijfswagens, overwinstbelastingen, hogere btw… Daarbij wordt vlot ‘vergeten’ dat we al met een vrij zware belastingdruk zitten. Vandaag loopt de totale belastingdruk in ons land op tot 42,3% van het bbp. Daarmee staan we op plaats zes in Europa. De Belgische belastingdruk ligt duidelijk boven het Europese gemiddelde (40,1%), en ook boven het gemiddelde in de buurlanden (41,6%). Als ook rekening gehouden wordt met wat de overheid impliciet betaalt aan sociale bijdragen voor het overheidspersoneel (waarmee die sociale rechten opbouwen), staan we qua totale belastingdruk op plaats drie in Europa.
In België halen we relatief veel inkomsten uit belastingen op arbeid, ook veel inkomsten uit allerlei belastingen op vermogens (vooral op inkomens uit en transacties van vermogens), en relatief weinig inkomsten uit btw. Als er dan toch extra inkomsten gevonden moeten worden, dan is de economisch meest zinvolle piste om die te zoeken in de btw. Dat zou ook minder verstorend zijn dan nog hogere belastingen op arbeid en/of kapitaal, de twee belangrijkste productiefactoren in onze economie.
De vele ideetjes voor extra belastinginkomsten suggereren dat volgens sommigen het probleem van onze overheidsfinanciën aan een gebrek aan inkomsten ligt. Dat negeert evenwel de uitgavenkant. Met 54,4% van het bbp zijn de Belgische overheidsuitgaven vandaag de vierde hoogste zijn van Europa. Volgens het IMF gaan we zonder ingrepen tegen 2031 naar de tweede hoogste overheidsuitgaven onder de industrielanden.
Deze legislatuur zouden de belastinginkomsten wel met 1% van het bbp afnemen, vooral door de in 2029 geplande verlaging van de personenbelasting, terwijl de overheidsuitgaven min of meer stabiel zouden blijven. Dat deze regering nog altijd een duidelijke verlaging van de personenbelasting plant, terwijl ze tegelijkertijd een begrotingstekort heeft dat in de tientallen miljarden loopt, blijft opmerkelijk (en economisch redelijk onzinnig).
Niettemin ligt de oorzaak van onze budgettaire problemen niet aan de inkomstenkant. Sinds 2007, de laatste keer dat we een begroting in evenwicht hadden, zijn de belastinginkomsten wel met 0,9% van het bbp gedaald. Maar in dezelfde periode zijn de overheidsuitgaven met 5,8% van het bbp gestegen. Dat betekent vandaag zo’n zes miljard minder belastinginkomsten en 39 miljard meer uitgaven. Bovendien zullen die uitgaven, onder meer voor sociale uitgaven, rentelasten en defensie, de komende jaren verder oplopen. Het probleem van onze overheidsfinanciën zit dus grotendeels aan de uitgavenkant. De oplossing zou dus ook vooral daar gezocht moeten worden.
De federale regering gaat nu op zoek naar zeven miljard, maar dat zal nog lang niet de laatste inspanning zijn. Het totale begrotingstekort van al onze overheden samen loopt dit jaar op tot 33 miljard (waarvan 24 miljard voor rekening van het federale niveau). Een inspanning van zeven miljard zal dus niet volstaan. Volgens het Rekenhof is een inspanning van 15 à 20 miljard nodig om het tekort terug onder 3% van het bbp te krijgen, en op die manier de continue stijging van de overheidsschuld te stoppen. De komende jaren, en vooral de volgende legislatuur (want ook deze regering zal een groot deel van de inspanning doorschuiven), zullen dus nog veel meer miljarden gezocht moeten worden. Daarbij zal vanuit sommige hoeken telkens weer naar extra belastinginkomsten gekeken worden. Het zal er daarbij vooral op aankomen om te vermijden dat we onszelf te hard in de voet schieten.
Hogere belastingen zetten een rem op de economische groei (en voor bepaalde types van belastingen geldt dat meer dan voor andere), en minder economische groei impliceert een groter begrotingstekort. De oplossing voor onze aanzienlijke budgettaire uitdagingen ligt in een veel efficiëntere overheid die zich concentreert op haar kerntaken, en een lange reeks hervormingen die ons groeipotentieel structureel versterken. Niet in al maar nieuwe ideetjes voor extra belastingen.