
In zijn initiële audit had het Rekenhof vastgesteld dat, binnen een context van personeelsinkrimping, de verdeling van de controleurs over de controlecentra niet afhing van het aantal kmo’s waarvoor elk centrum verantwoordelijk was, noch van de fiscale risico’s noch van het volume aan uit te voeren controles. Zo had eenzelfde fiscaal risico niet evenveel kans om gecontroleerd te worden, naargelang van het controlecentrum.
De FOD Financiën gebruikt inmiddels de applicatie BasketFisc, die de controletaken verdeeltonder de controlecentra van eenzelfde taalgebied. Zo kan de afdekking van de fiscale risico’s worden geharmoniseerd tussen de controlecentra, wat de gelijke behandeling van belastingplichtigen bevordert. De applicatie lost de ongelijke behandeling tussen taalgebieden echter niet op, en evenmin die tussen dossiers in verschillende talen in het Brussels HoofdstedelijkGewest. Aangezien controleurs uit Vlaanderen of uit Wallonië de dossiers van het BrusselsHoofdstedelijk Gewest kunnen behandelen, is er voor eenzelfde fiscaal risico dus een verschillende controlekans naargelang de taal van het dossier.
In de applicatie BasketFisc krijgt elke controletaak een risicoscore die overeenstemt met het prioriteitsniveau. Die nieuwe methode vervangt de rendabiliteitsdrempel die voordien werd gehanteerd en die de controleopdrachten verdeelde in indicatieve en imperatieve opdrachten.
Op die manier laat de FOD Financiën dus de doelstelling varen om systematisch alle dossiers tecontroleren die een bepaald risiconiveau overstijgen. De beschikbare controlecapaciteit bepaaltvoortaan de gekozen risicodrempel en het aantal dossiers dat per taalgebied wordt gecontroleerd.
Sinds de invoering van BasketFisc wordt overigens hetzelfde verdelingsmechanisme toegepastop de controletaken van de centrale selectie (die worden aangemaakt door de centrale dienst TaxAudit & Compliance Management KMO van de Administratie KMO) en van de lokale selectie(aangemaakt door de centra KMO). Er wordt dus geen quotum meer toegepast voor de lokale opdrachten.
Voorts had het Rekenhof in zijn initiële audit gewezen op een gebrek aan omkadering en harmonisering van het sanctiebeleid. Intussen werd het Wetboek van de Inkomstenbelastingen1992 wel gewijzigd, waardoor er minder ruimte is voor interpretatie bij de toepassing van belastingverhogingen.
In zijn opvolgingsverslag stelt het Rekenhof ook vast dat het personeelstekort aanhoudt bij de controlecentra van de Administratie KMO. Eind 2024 waren er volgens het laatste goedgekeurde personeelsplan 383 voltijdse equivalenten te kort in vergelijking met de situatie in 2018.
Zoals het Rekenhof had aanbevolen, probeert de FOD Financiën zijn controlestrategie beter aante sturen. Zo worden onder meer de key performance indicators (KPI’s) herzien en is de FOD vanplan de gegevens van de bronapplicaties te gebruiken. Er gebeurt echter geen algemene metingvan de ‘fiscale discipline’, d.w.z. van de vrijwillige naleving van de fiscale verplichtingen door de belastingplichtigen. Via zo'n meting zou het effect van de controles op het gedrag van de belastingplichtigen kunnen worden nagegaan, om zo de fiscale discipline te verbeteren.Bovendien gaat de FOD Financiën nog altijd niet na of alle gecontroleerde punten in het controleverslag zijn opgenomen. Ook zijn de controlefuncties nog niet gescheiden van de functies die het sluiten van akkoorden regelen.
Tot slot houdt de FOD Financiën intussen - zoals het Rekenhof had aanbevolen - een inventaris bijvan de gegevens die nuttig zijn maar waartoe hij geen toegang heeft, om ze vervolgens op tevragen bij de bevoegde instanties.
Het verslag “Controle van kmo’s onderworpen aan de vennootschapsbelasting - opvolging 2025van de aanbevelingen” werd aan het federale parlement bezorgd. Het verslag en dit persbericht zijn beschikbaar op rekenhof.be