
Vanaf 1 maart 2026 voorziet de hervorming in een tijdsbeperking van de werkloosheidsuitkeringen, met een algemeen plafond van twee jaar, waarbij dit plafond wordt afgestemd op toegangsvoorwaarden en een sterker afbouwmechanisme doorheen de tijd.¹
Economisch gezien is de maatregel bedoeld om het terugkeer naar werk te stimuleren, maar ze vereist van bedrijven en hun adviseurs een fijnmazigere analyse van individuele situaties (carrièrehistoriek, uitgesloten categorieën, specifieke regelingen).
De hervorming is niet slechts een “2 jaar en dan stop”-regel: het is een mechanisme (rechten gebaseerd op beroepsverleden, plafonnering, uitzonderingen, afbouw) dat direct van invloed is op HR-strategieën (mobiliteit, ontslagen, transities, begeleiding).
Op institutioneel vlak is het essentieel op te merken dat de hervorming onderwerp is geweest van een opschortende procedure bij het Grondwettelijk Hof, wat aangeeft dat de implementatie binnen een juridisch bewakingskader gebeurt.²
Voor professionals betekent dit waakzaamheid: de toepasselijke teksten en eventuele aanpassingen (instructies, wetswijzigingen, rechtspraak) volgen, in plaats van te vertrouwen op mediasamenvattingen.
Vanaf 1 maart 2026 maakt een mechanisme het, onder voorwaarden, mogelijk om een tijdelijk recht op uitkeringen te openen na een ontslag op eigen initiatief (“recht op terugkaatsing”, vaak gepresenteerd als “trampolinepremie”). Dit is een belangrijke wijziging: het herschikt de traditionele grens tussen vrijwillige contractbeëindiging en het openen van het recht op uitkeringen.¹
Ook al is het stelsel gereguleerd, het zal concrete effecten hebben:
Het “recht op terugkaatsing” is een sociale maatregel, maar de verwerking ervan is ook organisationeel: het vereist van bedrijven een gestructureerdere aanpak van loopbanen (interne mobiliteit, outplacement, opleiding) en een zorgvuldige communicatie om onterechte verwachtingen te vermijden.
Op 1 maart 2026 gaat een aangekondigde btw-tariefverhoging van kracht voor bepaalde sectoren, met name:
Juridisch kaderen deze wijzigingen in het btw-tariefstructuur vastgelegd door het Koninklijk Besluit nr. 20 (tarieven en verdeling per categorie), dat regelmatig wordt aangepast.⁴
Een btw-verhoging is zelden “gewoon” een verhoging: ze veroorzaakt een kettingreactie aan gevolgen (incl. btw-prijs, contractuele clausules, voorschotten, facturatie, creditnota’s, ERP-parametreringen, controle van het factuurmoment).
Bij btw is niet alleen het percentage bepalend, maar het moment waarop de prestatie wordt geacht geleverd / opeisbaar te zijn (en dus het toepasselijk tarief). Bij de aangekondigde maatregelen voorziet men een overgangsperiode voor bepaalde reserveringen van accommodatie vóór de inwerkingtreding, wat een strikte lezing van de tekst en concrete casussen (reservering, voorschot, daadwerkelijk verblijf, facturatie) vereist.³
Het grootste risico is niet het vergeten van het nieuwe tarief, maar het mechanisch toepassen van een tarief zonder analyse van de btw-chronologie (voorschot, prestatie-datum, facturatie, annuleringsvoorwaarden).
3.3. Aandachtspunt nr. 2: gedeeltelijke annulering van de hervorming en de impact op sturing
Beschikbare informatie wijst erop dat bepaalde elementen die aanvankelijk voorzien waren (onder andere over afhaalmaaltijden en bepaalde culturele segmenten) werden geschrapt na institutionele kritiek, met een budgettaire impact die gecompenseerd dient te worden. Deze “budgettaire sturing” dimensie is belangrijk voor bedrijven, omdat ze de kans op nieuwe aanpassingen tijdens het jaar vergroot.
Voorbij de tarieven per 1 maart is het macrosignaal duidelijk: btw is opnieuw een actief budgettair instrument. Naleving moet daarom gepaard gaan met monitoring.
Deze maatregelen delen drie gemeenschappelijke kenmerken:
Precies in dit soort regelgevende situaties wordt de inzet van kantoren en expertise-netwerken (monitoring, ontcijfering, begeleiding, kwaliteitscontrole) een veiligheidselement — en vaak ook een concurrentiefactor: snel, maar correct beslissen.
Competentie gaat niet langer slechts over “de regel kennen”, maar over de implementatie ervan orkestreren (processen, bewijsvoering, parametreringen, documentatie, auditbaarheid).
Thema | Maatregel | Impact voor de onderneming | Typische risico’s | Te volgen reflexen |
Werkloosheid | Tijdsbeperking en versterkte afbouw¹ | Mobiliteit, ontslagen, outplacement, beheer van einde-rechten | Onvolledige informatie aan werknemer, fouten in toepasbaarheid, slechte sociale inschatting | FAQ HR updaten, juridische en HR-adviezen op elkaar afstemmen, teksten & evoluties opvolgen |
“Trampolinepremie” | Recht op terugkaatsing na ontslag op eigen initiatief (voorwaarden)¹ | Onderhandeling vertrek, omscholing, opleiding | Implliciete beloften, slechte interpretatie voorwaarden, onvolledige dossiers | Interne procedure, documentaire check, behoedzame communicatie |
BTW accommodatie | Stijging van 6 % naar 12 % (met overgang volgens geval)³⁴ | Prijzen, contracten B2C/B2B, facturatie | Verkeerd tarief volgens datum/voorschot/prestatie, ERP-fouten | Contracten herzien, ERP-parametrering, facturatietests, controle voorschotten |
BTW pesticiden | Tariefverhoging (tot 21 % per categorie)³⁴ | Prijs, marges, commerciële voorwaarden | Verkeerde productcategorie, tarieffouten | Productmapping ↔ tarief, btw-validatie, interne documentatie |
¹ Programmawet van 18 juli 2025, Titel 5, Hoofdstuk 1 (hervorming werkloosheid en aanverwante maatregelen), Belgisch Staatsblad.
² Grondwettelijk Hof, arrest van 15 januari 2026 (verzoek tot opschorting in verband met inwerkingtreding werkloosheidshervorming), jurisprudentie.
³ Koninklijk Besluit tot wijziging van de bepalingen betreffende de btw-tarieven van kracht vanaf 1 maart 2026 (onder meer toeristische accommodatie en beoogde producten), Belgisch Staatsblad (publicatie februari 2026).
⁴ Koninklijk Besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de btw-tarieven en de indeling van goederen en diensten volgens deze tarieven, Belgisch Staatsblad (gecoördineerde tekst en opvolgende wijzigingen).